Ieder jaar opnieuw worden tal van jonge duiven aangetast door de zogenaamde jongeduivendiaree (adenovirose type 1 of klassieke adenovirose). De aandoening is zeer seizoengebonden (van april tot juli, met de meeste gevallen in juni) de meeste gevallen treden op kort nadat de jongen voor het eerst in contact komen met vreemde duiven.

De ziekte wordt veroorzaakt door een virus. Het is echter de bijna steeds aanwezige complicatie met colibacterie die verantwoordelijk is voor de ergste ziektetekens en eventuele sterfte.

 

Ziektebeeld
De ziekte wordt meestal binnengebracht op het hok door één of meerdere jongen die mee geweest zijn op vlucht. De besmetting gebeurt dus meestal in de transportmand. Binnen de 4 à 5 dagen verspreidt de ziekte zich onder alle jonge duiven op het hok. Jaarlingen en oudere duiven worden meestal niet ziek.

De eerste symptomen zijn vaak heftig braken en slechte spijsvertering. Daarna worden de duiven ernstig ziek en produceren ze een waterige, geelgroene, stinkende mest. De duiven zijn suf, vliegen praktisch niet meer en zitten met opgezette veren. Ze vertonen zeer vlug uitdrogingsverschijnselen en in erge gevallen kan sterfte optreden.

 

Deze ziektesymptomen zijn het vervolg van de uitgebreide darmbeschadiging die het adenovirus veroorzaakt. Deze darmbeschadiging maakt de darm vatbaar voor complicaties met bacteriën. Vooral de colibacteriën vermeerderen zich gemakkelijk op de beschadigde darmwand en geven vaak aanleiding tot ernstige complicaties. Een bijbesmetting met colibacteriën verergert de ziekte, waardoor de duiven langer ziek zijn en de kans op sterfte verhoogt. Het is daarom van groot belang dat de ziekte zo snel mogelijk wordt vastgesteld, dit teneinde de behandeling in een zo vroeg mogelijk stadium te kunnen inzetten.

 

Diagnose

Voor een juiste behandeling is het raadzaam een dierenarts de diagnose te laten vaststellen. Andere oorzaken van diaree moeten immers uitgesloten worden. Zo veroorzaakt ondermeer ook hexamithiasis (darmtrichomonas) vaak darmstoornissen bij jonge duiven in het voorjaar. Darmtrichomonas kan vastgesteld worden door het microscopisch onderzoek van lichaamswarme uitwerpselen.

Het onderscheid tussen adenocoli en darmtrichmonas is belangrijk daar deze ziekten met verschillende geneesmiddelen behandeld moeten worden.

 

Behandeling

Tegen het adenovirus zelf zijn nog steeds geen geneesmiddelen of vaccins beschikbaar. De behandeling bestaat hoofdzakelijk in het onmiddellijk verstrekken van een darmantibioticum tegen de bacteriële bijbesmettingen. Het snel verstrekken van een geneesmiddel, werkzaam tegen de colibacteriën, vermindert aanzienlijk de ziekteverschijnselen en het daarmee gepaard gaande conditieverlies.

Het is dan ook van het allergrootste belang zo snel mogelijk na het verschijnen van de eerste symptomen de behandeling in te zetten.

 

Als ondersteunende behandeling is het verstrekken van een darmconditioneer bij de behandeling van jonge-duiven-diaree sterk aan te raden. Deze producten verminderen het vochtverlies door diaree en bevorderen het herstel van het darmevenwicht. Deze producten zijn samengesteld uit natuurlijke, plantaardige vezels die het vocht binden waardoor de mestconsistentie zeer snel verbeterd. De aanwezige fructo-oligosacariden zijn een soort suikers die de goedaardige bacteriën bevorderen en de ziekteverwekkende bacteriën afremmen.

Deze werking berust vooral op het feit dat deze sachariden beletten dat de ziekteverwekkende bacteriën zich vasthechten aan de darmwand.

 

In het kort

- Altijd direct behandelen met een geschikt antibioticum in overleg met uw dierenarts.

- Het verstrekken van darmconditioners doet de mestconsistentie zeer snel verbeteren.

- Om het verlies aan vocht en zouten te compenseren is het toedienen van elektrolyten aanbevolen..